Welke was is geschikt om te dippen?
Dompelen vraagt een harde was die zichzelf overeind houdt zonder pot of vorm. Containerwas voor geurkaarsen is daarvoor veel te zacht: die zakt binnen een week doorbuigend voorover.
- Bijenwas: de klassieke keuze en de meest vergevingsgezinde. Hard, natuurlijk stevig, brandt langzaam en ruikt van zichzelf naar honing. Duurder per kilo, maar je hebt minder was nodig dan je denkt omdat de kaarsen dun blijven.
- Paraffine met stearine: de industriestandaard voor dinerkaarsen. Voeg ongeveer 5 tot 10% stearinezuur toe aan paraffine voor extra hardheid, krimp en een mooiere lossing. Zonder stearine krijg je zachte, snel druipende kaarsen.
- Sojawas voor pillars: kan, maar blijft relatief zacht en buigt bij warm weer. Combineer met bijenwas in een verhouding van ongeveer 70 op 30 voor meer stevigheid.
- Kaarsresten: perfect voor een eerste poging, zolang je alleen harde kaarsen gebruikt. Zie kaarsresten hergebruiken voor het uitzeven en scheiden van wassoorten.
Het smeltpunt bepaalt je werktemperatuur: houd de was ongeveer 10 tot 15 graden boven het smeltpunt. Voor bijenwas met een smeltpunt rond 62 °C betekent dat 72–78 °C. Elke was heeft eigen waarden, dus het datablad van de leverancier is leidend. Meer over de eigenschappen per soort staat in onze uitleg over de soorten kaarsenwas. Losse bijenwas in pellets smelt sneller en gelijkmatiger dan blokken.
Wat je nodig hebt
- Een hoge, smalle dompelkan: hoger dan de kaars die je wilt maken. Een blikken bierpul, een hoge conservenbus of een speciale dompelkan werkt allemaal. Smal betekent minder was nodig.
- Een pan met water waarin de kan past, want je werkt au bain-marie.
- Digitale thermometer met bereik tot 150 °C. Zonder thermometer wordt dippen gokwerk.
- Vlakgevlochten katoenlont in de dikte die past bij 2 tot 2,5 cm doorsnede. Zie welke lontdikte je nodig hebt.
- Een verzwaring: een moertje of een schroef aan het uiteinde van de lont houdt hem recht in de was.
- Een plek om te hangen: een bezemsteel tussen twee stoelen, met karton of oud papier eronder.
Stap voor stap dompelen
- Knip de lont dubbel zo lang als je kaars, plus 15 cm. Hang hem over je vinger of een stok: zo maak je twee kaarsen tegelijk. Knoop aan elk uiteinde een moertje.
- Smelt de was au bain-marie tot 10 tot 15 graden boven het smeltpunt. Vul de kan hoger dan de gewenste kaarslengte.
- Prime de lont: dompel hem de eerste keer vijf tot tien seconden onder, tot er geen luchtbelletjes meer opkomen. Haal hem eruit, trek hem tussen twee vingers recht en laat volledig hard worden.
- Dompel twee tot drie seconden. Langer betekent dat de vorige laag weer wegsmelt en je kaars niet dikker wordt.
- Laat 30 tot 60 seconden afkoelen tot het oppervlak mat is en niet meer plakt. Werk je met twee lonten, dan wisselen die elkaar af en heb je precies genoeg pauze.
- Herhaal 20 tot 40 keer. Meet af en toe met een schuifmaat of gewoon met je kandelaar of de kaars al past.
- Rol recht en snijd af. Rol de nog handwarme kaars op een glad, licht verwarmd oppervlak om oneffenheden weg te werken. Snijd het onderste stukje met de verzwaring er met een warm mes af en snijd de voet vlak.
- Eventueel een glansdip. Een laatste dompeling in iets hetere was, rond 80 °C, geeft een glad en glanzend oppervlak.
- Hang recht uit te harden, minimaal 24 uur, op kamertemperatuur. Knip de lont daarna op 1 cm.
Hoeveel dompelingen voor welke dikte?
| Aantal dompelingen | Indicatie doorsnede | Waarvoor |
|---|---|---|
| 10–15 | ca. 1 cm | Dunne kaarsjes, boomkaarsen |
| 20–25 | ca. 1,5–1,8 cm | Slanke tafelkaars |
| 30–40 | ca. 2,2 cm | Standaard dinerkaars voor kandelaars |
| 50 of meer | 3 cm en op | Zware ambachtelijke kaars |
De aangroei per dompeling neemt af als de kaars dikker wordt, want dikke was koelt langzamer. Reken bij de laatste tien dompelingen op ruimere pauzes. 2,2 cm is de standaardmaat voor Nederlandse kandelaars voor dinerkaarsen, dus dat is het doel waar je meestal naartoe werkt.
Kleur en geur bij dompelkaarsen
Geurolie heeft bij een dompelkaars weinig zin: de geur zit alleen in het buitenste laagje en de vlam verspreidt hem nauwelijks, omdat de wasplas piepklein is. Kleur werkt juist erg goed. Je hebt twee opties: de hele bak was kleuren, of alleen de laatste vijf tot tien dompelingen in een gekleurde bak doen. Die tweede methode is zuiniger met kleurstof en geeft een kaars die wit doorbrandt, precies zoals veel fabriekskaarsen. Welke kleurstof geschikt is en hoe je doseert lees je bij kaarsen kleuren.
Gedraaide kaarsen maken
De populaire twisted candles maak je van een verse dompelkaars. Haal hem uit de was zodra hij de gewenste dikte heeft, wacht tot hij nog net kneedbaar is, en rol hem eerst plat met een deegroller op een licht verwarmd oppervlak. Draai de platte reep dan van beide kanten in tegengestelde richting tot je de spiraal hebt. Dit lukt maar in een tijdvenster van een paar minuten: te warm en de kaars vervormt, te koud en hij barst. Bekijk ook onze koopgids over gedraaide kaarsen als je liever kant-en-klaar koopt.
Veelgemaakte fouten
- Te hete was. Boven de 85 °C smelt elke nieuwe dompeling de vorige laag weer weg en blijft je kaars even dun.
- Te koude was. Onder de 65 °C krijg je klonten, bobbels en een ruw oppervlak dat je er niet meer uit rolt.
- Te kort wachten tussen dompelingen. De was moet mat en niet-plakkend zijn voor je opnieuw dompelt.
- Sojawas voor containers gebruiken. Die is te zacht: je kaars buigt binnen enkele dagen voorover.
- De kaars liggend laten uitharden. Hang hem op, anders krijg je een platte kant die hem in een kandelaar laat wiebelen.
- De pan onbewaakt laten. Was is brandbaar. Werk altijd au bain-marie, nooit direct op de vlam, en blijf erbij.
Ben je nieuw met was, begin dan bij kaarsen maken voor beginners: daar staan de basisregels rond temperatuur en veiligheid. Meer technieken vind je op de hub over zelf kaarsen maken. Voor het rechtsnijden van de voet en het bijknippen van lonten is een set kaarsengereedschap handig, al kom je met een scherp mes en een schaartje ook heel ver.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik een kaars dompelen?
Voor een standaard dinerkaars van 2,2 centimeter doorsnede reken je op dertig tot veertig dompelingen. Elke dompeling voegt een dun laagje toe, en die aangroei wordt kleiner naarmate de kaars dikker en de kern warmer wordt. Meet gewoon af en toe of de kaars al in je kandelaar past.
Waarom wordt mijn dompelkaars niet dikker?
Dan is je was te heet. Boven ongeveer 85 graden smelt elke nieuwe dompeling de laag eronder weer weg. Zak terug naar tien tot vijftien graden boven het smeltpunt van je was en wacht tussen de dompelingen tot het oppervlak mat is en niet meer plakt.
Kan ik sojawas gebruiken voor dompelkaarsen?
Containerwas voor geurkaarsen is te zacht: die kaars buigt binnen een week voorover. Pillar-sojawas kan wel, maar blijft slap bij warm weer. Meng hem dan met bijenwas in een verhouding van ongeveer zeventig op dertig, of kies meteen bijenwas of paraffine met stearine.
Heeft geurolie zin in een dompelkaars?
Nauwelijks. De geur zit alleen in de buitenste laagjes en de wasplas van een slanke kaars is zo klein dat er weinig geur vrijkomt. Bewaar je geurolie voor kaarsen in een pot of voor wax melts, en gebruik bij dompelkaarsen liever kleur als versiering.