Oorzaak 1: de lont verdrinkt
Dit is veruit de meest voorkomende reden. De lont steekt te weinig boven de was uit — bijvoorbeeld omdat hij te kort geknipt is, omdat hij tijdens het branden is omgevallen, of omdat de was heel snel smelt. Rond de vlam ontstaat dan een plas die hoger staat dan de lont, de vlam koelt af en dooft. Je herkent het aan een lont die je nauwelijks nog ziet, aan een kaars die eerst prima brandde en pas na een uur uitgaat, en aan een plas die tot aan de rand staat.
- Doof de kaars en laat hem twee minuten staan.
- Dep het overschot vloeibare was op met keukenpapier, of giet voorzichtig een deel af in een oud potje — nooit in de gootsteen.
- Zorg dat de lont weer minstens 5 mm boven de was uitkomt en zet hem rechtop terwijl de was stolt.
- Laat volledig uitharden en steek opnieuw aan met een lange aansteker.
Een aansteker met lange hals is hierbij handig: bij een diepe pot kom je met een lucifer niet meer bij de lont zonder je vingers te branden.
Oorzaak 2: te weinig zuurstof
Zit de vlam diep in een smalle pot, dan raakt de lucht daar op en verstikt de vlam in zijn eigen verbrandingsgassen. Dat gebeurt vooral bij kaarsen die zich hebben ingebrand tot een koker, of bij kaarsen in een hoge, nauwe houder. De vlam wordt eerst klein en blauwig, walmt en gaat dan uit. De oplossing zit in de vorm van de kaars: brand hem breed uit met de folie-methode uit tunnelvorming voorkomen, of zet hem over in een wijdere houder. Hetzelfde geldt voor windlichten en lantaarns zonder luchttoevoer van onderen.
Oorzaak 3: de lont is te dun of zit scheef
Een lont die niet berekend is op de diameter van de kaars kan de was niet warm genoeg houden. Je ziet dan een klein vlammetje van hooguit een centimeter, een smalle wasplas en een kaars die na een half uur dooft. Dit is een fabricagekwestie die je niet oplost door beter te branden, maar je kunt hem wel omzeilen: brand de kaars in kortere sessies, zodat de wasplas ondiep blijft en de lont niet verdrinkt.
Is de lont tijdens het branden opzij gezakt en tegen de rand aan gekomen, duw hem dan met een pincet terug naar het midden zodra de was zacht is, en houd hem daar vast tot alles stolt. Meer over lontlengte en knippen lees je bij de lont bijknippen.
Oorzaak 4: rommel in de wasplas
Afgebroken lontstukjes, een gevallen lucifer, stof of een stukje etiket in de was smoren de vlam. Vis alles eruit met een pincet zodra de was vloeibaar is, of laat de kaars stollen en tik de resten er met een mesje uit. Dit is meteen de reden om bij een aangebroken geurkaars het deksel erop te doen; zie kaarsen bewaren.
Oorzaak 5: tocht en luchtstromen
Een sterke luchtstroom blaast een kleine vlam simpelweg uit. Denk aan een raam op de kier, een deur die opengaat, een ventilator, de afzuigkap of een vloerverwarming die opstart. Zet de kaars minstens een meter van luchtstromen af. Buiten heb je hier bijna altijd mee te maken: gebruik daar een windlicht, een gesloten lantaarn of speciale buitenkaarsen met dikkere lonten. Voor binnen doen glazen windlichten hetzelfde werk op een tochtige vensterbank.
Snelle diagnose
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Lont staat onder de was | Verdronken lont | Was afgieten of afdeppen |
| Kleine, blauwige vlam diep in het glas | Zuurstoftekort | Breder uitbranden of overzetten |
| Vlam blijft klein, smalle wasplas | Lont te dun | Korter branden per beurt |
| Vlam flakkert en dooft | Tocht | Verplaatsen of afschermen |
| Zwarte stukjes in de was | Vervuiling | Wasplas schoonvissen |
| Kaars gaat direct na aansteken uit | Lont te kort of nat | Was rond de lont vrijmaken |
Wanneer is de kaars gewoon op?
Blijft er minder dan een centimeter was in de pot, dan is het einde verhaal: de lont staat dan zo laag dat hij bij elke brandbeurt in het smeltwater verdwijnt, en het glas wordt bovendien gevaarlijk heet. Stop dan met branden. De laatste was hoef je niet weg te gooien — zie kaarsen recyclen en kaarsresten hergebruiken. Wil je juist het omgekeerde probleem oplossen (een vlam die te hoog is en rookt), lees dan waarom een kaars walmt. Alle brandtips staan bij elkaar in de kennisbank.
Veelgestelde vragen
Mijn kaars gaat direct na het aansteken weer uit. Wat nu?
Dan zit de lont te kort of ligt hij in de was. Verwarm de bovenlaag kort met een aansteker of fohn, giet de zachte was voorzichtig af en maak de lont vrij tot minstens vijf millimeter boven het oppervlak. Laat uitharden en steek opnieuw aan.
Kan ik vloeibare was gewoon weggooien?
Niet door de gootsteen: was stolt in de sifon en verstopt de afvoer. Giet het overschot in een oud potje of op een stuk keukenpapier, laat het hard worden en gooi het bij het restafval, of bewaar het om er een nieuw kaarsje van te gieten.
Waarom dooft mijn kaars alleen als hij bijna op is?
Onderin de pot staat de lont zo laag dat hij makkelijk in de wasplas verdrinkt, en tegelijk krijgt de vlam daar minder zuurstof. Bovendien drijven daar vaak lontresten. Stop met branden zodra er minder dan een centimeter was over is.