De drie vijanden: warmte, licht en lucht
Warmte is de grootste boosdoener. Boven ongeveer 25 graden begint zachte was — soja voorop — te vervormen. Dinerkaarsen die rechtop in een warme kast staan, buigen langzaam door hun eigen gewicht; stompkaarsen in de zon aan een raam krijgen een glimmend, zwetend oppervlak. Dat zweten is geurolie die uit de was treedt en later een plakkerig laagje achterlaat.
Licht bleekt kleuren uit. Een rode dinerkaars op een zonnige vensterbank is binnen een zomer roze aan de zonkant en nog rood aan de schaduwzijde. Bij gekleurde dinerkaarsen en gekleurde stompkaarsen is dit het meest zichtbare probleem.
Lucht laat geur vervliegen. Vluchtige geurstoffen ontsnappen ook zonder vlam: een geurkaars die maandenlang open op een dressoir staat, ruikt bij het aansteken merkbaar zwakker dan een exemplaar dat met deksel in de kast lag.
Zo berg je kaarsen op
- Kies een koele plek: een binnenkast, ladekast of de onderste plank van een linnenkast. Niet de zolder (te warm in de zomer), niet de garage of schuur (te koud en vochtig), niet boven de verwarming.
- Houd ze donker. Een kartonnen doos of gesloten kast is genoeg; doorzichtige plastic bakken op een lichte plek zijn dat niet.
- Bewaar plat of rechtop, nooit schuin. Dinerkaarsen liggen het best plat op een vlakke ondergrond, of staan rechtop in een hoge doos. Schuin opgeslagen kaarsen trekken permanent krom.
- Wikkel per kleur. Vloeipapier of keukenpapier tussen gekleurde kaarsen voorkomt dat pigment afgeeft op lichte kaarsen die ertegenaan liggen.
- Deksel erop bij geurkaarsen. Zit er geen deksel bij, gebruik dan huishoudfolie of bewaar de kaars in de oorspronkelijke doos.
- Scheid sterke geuren. Kaneel en vanille kruipen in elkaar over als ze maandenlang tegen elkaar aan liggen. Aparte doosjes of zakjes lossen dat op.
Een simpele opbergdoos met deksel per categorie is genoeg — een doos voor dinerkaarsen, een voor stompkaarsen en een voor geurkaarsen met hun hoesjes.
Houdbaarheid per wassoort
| Wassoort | Houdbaar (ongeparfumeerd) | Geur op sterkte | Let op |
|---|---|---|---|
| Paraffine | Vrijwel onbeperkt | 1–2 jaar | Zweet bij warmte |
| Sojawas | Vrijwel onbeperkt | 1–1,5 jaar | Zacht; vervormt boven 25 graden |
| Koolzaadwas | Vrijwel onbeperkt | 1–1,5 jaar | Zacht, zelfde als soja |
| Bijenwas | Onbeperkt | eigen honinggeur blijft | Krijgt witte waas (bloom) |
| Gelwas | Enkele jaren | Kort | Kan troebel worden |
Een kaars wordt dus niet echt bedorven; hij verliest vooral geur en uiterlijk. Meer over de eigenschappen per was staat bij soorten kaarsenwas.
Witte waas op je kaars? Dat is bloom
Zie je na maanden opslag een dun, wittig laagje op een bijenwaskaars, dan is dat bloom: natuurlijke waskristallen die naar het oppervlak trekken. Het is geen schimmel en geen bederf, en veel mensen vinden het juist mooi. Wil je het weg, poets de kaars dan zachtjes met een zachte doek of verwarm het oppervlak heel kort met een föhn op lage stand. Bij sojakaarsen zie je een vergelijkbaar wit, hobbelig effect (frosting), dat evenmin een probleem is.
Speciale gevallen
- Seizoenskaarsen: berg kerst- en adventskaarsen na de feestdagen op in een aparte doos, niet in de schuur. Zie adventskaarsen.
- Buitenkaarsen: citronella- en terraskaarsen kunnen vorst en vocht slecht hebben; haal ze in de winter naar binnen. Zie buitenkaarsen.
- Aangebroken geurkaarsen: deksel erop zodra de was is uitgehard. Stof in een open pot brandt de volgende keer mee en geeft rook, zie walmen.
- Kaarsen in de vriezer: de tip dat dit langer branden oplevert klopt niet echt, en koude was kan barsten. Alleen doen om was uit een pot te krijgen, zie kaarsvet verwijderen.
- Krom getrokken dinerkaars: leg hem 10 minuten in lauw water (rond 40 graden) en rol hem daarna voorzichtig recht op een vlak blad.
Een goed bewaarde kaars brandt ook beter: was zonder scheuren, een lont die netjes vastzit en geur die nog op sterkte is. Wil je zeker weten dat je kaars daarna ook goed opbrandt, lees dan tunnelvorming voorkomen of blader door de kennisbank. Voor de opslag van dinerkaarsen zijn lange, platte opbergdozen het handigst.
Veelgestelde vragen
Kunnen kaarsen bederven of over de datum gaan?
Kaarsenwas zelf bederft niet. Wat wel achteruitgaat is de geur: vluchtige geurstoffen vervliegen langzaam, ook door een gesloten deksel heen. Reken op een tot anderhalf jaar voor volle geursterkte. Daarna brandt de kaars gewoon, maar ruikt hij zwakker.
Waarom is mijn witte kaars geel geworden?
Meestal door uv-licht, soms door oxidatie van geurolie of een geveegd oppervlak dat stof heeft opgenomen. Voorkom het door kaarsen donker te bewaren, uit de buurt van vensterbanken. Lichte vergeling kun je soms wegpoetsen met een nylonkous of een zachte doek.
Mag ik kaarsen in de schuur of op zolder bewaren?
Liever niet. Op zolder wordt het in de zomer makkelijk boven de dertig graden, waardoor kaarsen vervormen en gaan zweten. In een schuur is het vaak vochtig, wat etiketten en kartonnen hoesjes aantast. Kies een binnenkast tussen vijftien en twintig graden.