Onze keuzes
Drijfkaarsen verschillen vooral in doorsnede en vorm, en dat bepaalt de schaal die je erbij nodig hebt.
Klassieke ronde drijfkaars van 5 cm
De standaard, meestal per twaalf of vierentwintig verkocht. Brandduur drie tot vijf uur per stuk, wat precies een avond dekt. Deze maat drijft stabiel in elke schaal die minstens 20 cm breed is; met drie of vijf kaarsjes in één schaal krijg je het mooiste beeld. Let bij goedkope pakken op de vorm van de onderkant: te vlak en te licht betekent dat de kaars gaat kantelen zodra hij half opgebrand is. Bekijk drijfkaarsen in voordeelverpakking.
Grote drijfkaars van 7 tot 9 cm
Een fors formaat dat in zijn eentje een brede schaal vult en acht tot tien uur brandt. Mooi in een lage schaal op een salontafel of in een grote glazen kom in de hal. Doordat er meer was in zit, wordt de wasplas dieper en de kaars warmer; houd bij dit formaat minstens 5 cm afstand tot de rand van de schaal, anders warmt het glas op één punt te sterk op. Ook hier geldt de lontregel: bij een bredere kaars hoort een zwaardere lont, net als bij grote stompkaarsen.
Drijfkaars in bloem- of sterrenvorm
Gevormde drijfkaarsen zijn puur decoratief en branden korter, omdat de dunne uitlopers van de vorm als eerste wegsmelten. Voor een bruiloft of feest is dat geen bezwaar; voor doordeweeks gebruik zijn ronde kaarsen zuiniger. Kijk wel of de vorm de kaars niet instabiel maakt: platte, brede vormen kantelen sneller zodra het zwaartepunt verschuift. In december zijn ster- en dennenvormen breed verkrijgbaar, zie ook kerst-stompkaarsen.
Gekleurde drijfkaars
Kleur werkt in water anders dan op tafel, omdat het water de tint deels weerspiegelt. Zachte tinten als zand, salie en poederroze doen het daardoor beter dan felle kleuren, die in een glazen schaal snel schreeuwerig worden. Controleer of de kaars doorgekleurd is; bij een gedipte drijfkaars verdwijnt de kleurlaag als eerste omdat juist de buitenrand wegsmelt. Meer over dat verschil bij gekleurde stompkaarsen.
Set drijfkaarsen met schaal
Sommige sets komen inclusief een lage glazen schaal, wat handig is omdat de verhouding dan sowieso klopt. Losse schalen koop je anders bij de kaarsenplateaus en schalen. Voor een lange tafel werk je met meerdere kleine schalen in plaats van één grote, omdat gasten dan over de opstelling heen kunnen kijken. Zoek gericht op drijfkaarsen met schaal.
Schaal en waterhoogte
De schaal bepaalt of het werkt. Kies een lage, brede vorm van glas, keramiek of metaal, minstens vier keer zo breed als de kaars, zodat drie kaarsjes elkaar niet raken. Raken ze elkaar wel, dan smelten ze aan elkaar vast en vormen ze één grote plas was met twee lonten erin. Houd tussen de kaarsen onderling en tot de rand ongeveer 3 cm ruimte aan.
- Vul de schaal tot ongeveer twee derde met koud water, met minimaal 5 cm waterdiepte.
- Zorg dat het waterpeil minstens 2 cm onder de rand blijft, zodat de vlam nooit bij de rand van de schaal komt.
- Laat de kaarsen erin zakken en controleer of ze vrij drijven en niet tegen de wand aanliggen.
- Steek de lonten aan met een lange aansteker of een lucifer met steel, niet met je vingers boven het water.
- Vul het water bij als het door verdamping zakt, maar giet nooit koud water in een schaal die al warm is.
Waar je op let
- Doorsnede versus schaal: een kaars van 5 cm vraagt om een schaal van minstens 20 cm, een kaars van 8 cm om 30 cm of meer.
- Glasdikte: dun sierglas kan springen bij een plaatselijk hete plek. Dikwandig glas of keramiek is veiliger.
- Brandduur: 3 tot 5 uur bij Ø5 cm, 8 tot 10 uur bij Ø8 cm. Gevormde kaarsen branden korter.
- Decoratie in het water: bloemblaadjes en takjes mogen, maar houd ze uit de buurt van de vlam. Droge blaadjes vatten vlam.
- Buiten gebruiken: alleen bij windstil weer en nooit in een kunststof bak, die vervormt door de warmte.
Over de brandduur nog dit: drijfkaarsen halen hun opgegeven uren makkelijker dan gewone stompkaarsen, omdat er geen wasrand kan blijven staan. Het water houdt de kaars koel aan de buitenkant, waardoor de vlam de was netjes van boven naar beneden opbrandt tot er niets meer over is. Je hoeft dus ook geen rand naar binnen te duwen en de lont zelden bij te knippen. In ruil daarvoor kun je een drijfkaars niet doven en later hergebruiken zoals een stompkaars: doof je hem halverwege, dan blijft er een schijfje was over dat de volgende keer sneller kantelt.
Veelgemaakte fouten
- Te weinig water. Met een paar centimeter warmt het water snel op, verliest de kaars zijn koeling en kan de bodem van de schaal te heet worden.
- Kaarsen tegen elkaar aan. Ze smelten samen en vormen één grote plas was, met een hogere vlam dan de bedoeling was.
- Denken dat water veilig genoeg is. De kaars dooft weliswaar vanzelf als de was op is, maar tot dat moment brandt hij gewoon. Laat hem nooit onbeheerd, zie kaarsen en brandveiligheid.
- Koud bijvullen tijdens het branden. Een plotselinge temperatuurwissel is de klassieke oorzaak van gesprongen glas.
- Wasresten in de gootsteen spoelen. Vis de restjes uit het water en gooi ze bij het restafval; in de afvoer stollen ze meteen weer.
Wil je hetzelfde beeld zonder open vuur, bijvoorbeeld met kleine kinderen erbij, dan bestaan er drijvende LED-kaarsjes die je gewoon in dezelfde schaal legt. En zoek je een compactere opstelling voor doordeweeks, kijk dan bij de beste stompkaarsen per formaat of blader door alle gidsen over stompkaarsen.
Veelgestelde vragen
Hoe diep moet het water zijn voor drijfkaarsen?
Houd minstens vijf centimeter water aan en laat het peil zeker twee centimeter onder de rand van de schaal blijven. Genoeg water koelt de kaars, houdt hem waterpas en voorkomt dat de schaal plaatselijk te heet wordt.
Hoe lang branden drijfkaarsen?
Een standaard drijfkaars van vijf centimeter brandt drie tot vijf uur. Grote exemplaren van acht centimeter halen acht tot tien uur. Kaarsen in bloem- of stervorm branden korter, omdat de dunne uitlopers als eerste wegsmelten.
Doven drijfkaarsen vanzelf?
Ja, zodra de was op is bereikt de lont het water en dooft de vlam met een sisje. Dat is een prettige eigenschap, maar geen reden om ze onbeheerd te laten branden zolang er nog was in zit.
Welke schaal gebruik ik voor drijfkaarsen?
Een lage, brede schaal van dikwandig glas, keramiek of metaal, minstens vier keer zo breed als de kaars. Houd rondom drie centimeter ruimte aan, zodat de kaarsen elkaar en de rand niet raken.